Mechelen: lang leve het experiment! (2)

Een van onze experimenten in de proeftentoonstelling ‘Uw toren is niet af’ (Mechelen, 2014-2015) draaide rond het werken met verschillende perspectieven in museumteksten.

Traditioneel klinkt in museumteksten één stem: die van het museum, al dan niet aangevuld met citaten die de uitleg ondersteunen. De informatie geeft op die manier de indruk afgerond en onwrikbaar te zijn, met weinig openheid voor eigen interpretatie. In ‘Uw toren is niet af’ hebben we bij elk van de vijf centrale objecten aan vier mensen met een totaal andere achtergrond gevraagd om een tekst te schrijven. Deze teksten hingen naast het object in de vorm van scheurbladen: bezoekers konden zelf kiezen of en hoeveel teksten ze wilden verzamelen. Op de voorkant stond telkens een citaat uit de tekst, zodat bezoekers snel konden scannen of deze invalshoek hen iets te bieden had, op de achterkant stond de integrale tekst.

041-2

Wij zien drie duidelijke voordelen aan het werken met verschillende perspectieven.

1° De kans is groter dat we informatie geven die aansluit bij de uiteenlopende interesses en vragen van bezoekers. Ben je geïnteresseerd in de historische context, het gebruik of de functie van het object, materiaal-technische aspecten of de restauratie, de actuele relevantie of een persoonlijke getuigenis? Take your pick. Het systeem van citaat voorop en tekst achterop brengt ook niveaus in verdieping: het citaat is een eerste niveau, de vet gedrukte zinnen in de tekst een tweede en het lezen van de volledige tekst een derde. Ten slotte geeft de link naar een ander object in de tentoonstelling de gelegenheid om het thema verder te exploreren.

2° De diverse, elkaar soms tegensprekende, visies nodigen uit tot het vormen van een eigen interpretatie. Het gaat daarbij niet om anonieme stemmen, maar om mensen van vlees en bloed die op een persoonlijke manier hun verhaal vertellen. Juist dat stimuleert de bezoeker om ook zijn eigen visie in te brengen en zich meer betrokken te voelen.

3° We tonen dat er niet zoiets bestaat als één geschiedenis, één verhaal of één waarheid. Dat tonen we ook letterlijk door de vier invalshoeken naast elkaar te presenteren.

Uit de reacties van het publiek blijkt dat de verschillende perspectieven sterk worden gewaardeerd.

Er werden 65 evaluatiekaartjes over dit onderwerp ingevuld. Eén persoon vond het geen meerwaarde hebben, vier personen hadden hieromtrent geen mening, de anderen vonden de verschillende invalshoeken een meerwaarde en willen het terugzien in het nieuwe museum. Enkele reacties:

  • “Leuk en niet te belerend.”
  • “Verschillende invalshoeken maken het boeiend! Houden! Zowel het positieve als negatieve wordt besproken. Het vergroot daardoor de betrokkenheid.”
  • “Het zet je aan het denken over het object en maakt duidelijk waarover je nog wel wat wilt weten.”
  • “Maakt het allemaal persoonlijker en minder puur historisch.”

008-3

Uit het publieksonderzoek door een masterstudent Kunst, Cultuur en Erfgoed (Universiteit Maastricht), bestaande uit interviews met 61 bezoekers, leren we daarnaast dat sommige bezoekers het appreciëren om die teksten eruit te kiezen die bij hun interesse aansloten, terwijl anderen net geen selectie maakten en alles meenamen om thuis te bekijken. Slechts één respondent, een Mechelaar met veel museumervaring die niet tevreden was over de beschikbare informatie, was niet positief over het concept van de afscheurbare stellingen. “Wat ik het meest irritante vond is dat de echte detailinformatie dat je daarvoor echt papiertjes van een scheurblok moet afrukken. Dat vind ik jammer: het is milieuonvriendelijk en suggereert een beetje dat de kreet belangrijker is dan de detailinformatie.”

In verband met de vorm kwamen er ook enkele suggesties via de evaluatiekaartjes:

  • “Misschien wel fijner om dit via aanraakschermen te doen i.p.v. papieren.”
  • “In audiogids aanbieden, want lezen kost moeite en wij zijn allemaal wat lui.”
  • “Misschien werken met digitaal platform waarbij bezoeker kan kiezen tussen verschillende stemmen gaande van historicus tot lokale opinie.”
  • “In definitieve versie liefst digitaal en ingesproken door de auteur. Bezoeker kan via knoppen invalshoek kiezen.”

Welke invalshoeken en mensen geef je het woord in deze objectteksten? De mogelijkheden zijn legio, ook om de ‘gewone’ bezoeker te betrekken. Het publiek vindt dit eveneens een waardevolle piste, zo lezen we op de evaluatiekaartjes:

  • “Zou ook leuk zijn om de visie van een niet-kunstkenner te lezen. Bvb. hoe ziet een kind dit werk? Een bejaarde kuisvrouw? Een schoolgaande puber?”
  • “Ook meningen van echte Mechelaars betrekken.”
  • “Meer bezoekers hierin betrekken.”
  • “Je zou ook hier de mogelijkheid kunnen inbouwen dat elke bezoeker zijn verhaal verbonden aan dat object ergens kan noteren.”

De verschillende perspectieven worden met andere woorden sterk positief onthaald. Zowel op het vlak van vorm (audio/digitaal versus op papier kunnen verzamelen), als op het vlak van stemmen (de gewone Mechelaar aan het woord) liggen er nog pistes open voor verder experiment.